

| Harlinger Aardewerk- en Tegelfabriek |
|---|
| Bedrijfsuitgave |
Geschiedenis van Harlinger tegels en aardewerk. |
| Reeds in de vroege middeleeuwen werd in Nederland keramiek gemaakt. Vooral in Friesland bestonden in die tijd veel kleinere klei-bakkers, die uit het Friese zeeklei eenvoudig gedekoreerde tegels en aardewerk vervaardigden.
Dit veranderde sterk, toen ook in Nederland de tinglazuurtechniek bekend begon te worden.
In het oude Egypte en in Mesopotamië werden ver voor het begin van onze jaartelling al bakstenen verglaasd in verschillende kleuren om als muurbekleding te dienen voor de prachtige tempels en paleizen van de oosterse vorsten. Uit deze landen vindt de keramische kunst via het Midden-Oosten en de landen rondom de Middellandse Zee langzaam haar weg naar Europa. De in West- en Zuid-Europa gevestigde inheemse pottenbakkerijen ontkwamen niet aan de culturele penetratie en we treffen dan ook reeds in de dertiende en veertiende eeuw zowel in Spanje (Majolica) als in Italië (Faïence) belangrijke werkplaatsen aan, waar zeer fraai schotelgoed en tegels werden vervaardigd volgens de tinglazuurtechniek.Door de Straat van Gibraltar brachten zeevaarders de produkten van deze industrieën naar het noorden. In 1510 stichtte men in Antwerpen de eerste noordelijke tinglazuurbakkerij. En dan volgen: Middelburg, Leeuwarden, Haarlem, Delft, Dordrecht en Harlingen. Omstreeks 1600 begon in Harlingen de produktie van tinglazuur-tegels en aardewerk door o.a. Simon Toenis van der Pijpe. In diezelfde tijd waren er in Nederland verscheidene kleine werkplaatsen, waar men keramiek vervaardigde: 34 in Delft, 17 in Rotterdam en 7 in Friesland. Delft speelde oorspronkelijk een grote rol, daarna werd Harlingen - toen een belangrijke Hanze-stad - een van de grootste centra van tegelproduktie. Een groot deel van de zich nu nog in oude huizen, villa's, kastelen, paleizen en musea bevindende antieke tegels in o.a. Nederland, Duitsland, Frankrijk, Denemarken, Zweden, Engeland en overige Oostzeelanden zijn uit Harlingen afkomstig. Men kan zelfs Harlinger tegels aantreffen in Noord-Afrika, Portugal en Indonesië. |
De tegelfabricage
De zeeklei wordt eerst met water en mergel vermengd om het kalkgehalte te verhogen. De klei wordt daarna gereinigd en in een vacuumpers ontwaterd. Dan wordt de klei tot een elastische massa gekneed, waarna de vochtige klei tot een dikke rol (9 mm dik) gevormd wordt. Met behulp van een mal ter grootte van de tegel worden daarna de tegels uitgesneden. in deze mal zitten in de onderkant in de hoeken twee of vier spijkertjes om het opstropen van de klei tijdens het snijden te voorkomen. Elk spijkertje veroorzaakt een gaatje in het oppervlak van de tegel, dat naderhand als een klein putje in het glazuur te zien is.Doordat Harlinger tegels met de hand iets schuin worden afgesneden, kunnen deze tegels vrijwel zonder voeg worden aangebracht. Na het drogen wordt de tegel voor de eerste keer gebakken en daarna met tinglazuur bereid volgens recepten uit de 16-de en de 17-de eeuw overgoten. Aangezien tegels en aardewerk na deze voorbereidingen dezelfde behandelingen ondergaan keren we eerst terug naar de voorbereidingen voor aardewerk. |
| De aardewerkfabricage (fayence)
Het grootste deel van het Harlinger aardewerk wordt met de hand gevormd en gedraaid. Bij de vervaardiging van borden wordt vochtige klei met behulp van een draaischijf in een gipsvorm gedraaid. Bij het gietproces (b.v. bij de vervaardiging van vazen) gebruikt men gipsvormen, waarin de klei gegoten wordt. Het gips neemt het vocht uit de klei op, waardoor de klei zich naar de vorm voegt. Zodra de laag dik genoeg is, wordt de overtollige klei uitgegoten. Door het drogen van de klei krimpt deze en komt na enige tijd los van de gipsvorm, die dan verwijderd kan worden. Het vormstuk wordt dan met de hand nabewerkt en na verder gedroogd te zijn voor het eerst gebakken. |
| Het tinglazuur De Harlinger Aardewerk- en Tegelfabriek maakt haar tinglazuur volgens recepten uit de 16-de en 17-de eeuw. Grondstoffen, welke men ook nodig heeft voor de fabrikage van glas, zoals loodoxyde, zand, soda, zout, worden met tinoxyde zeer goed vermengd en daarna gebrand (gesinterd). Het glazuurblok (masticot) wordt vervolgens fijngemalen tot een wit poeder. Deze poeder wordt daarna met water vermengd. Het aardewerk wordt in deze pap gedoopt. De tegels echter worden met de hand aan de bovenzijde begoten. Hierdoor ontstaan ook de gewild licht kleurschakeringen na het glazuurbakken, afhankelijk van de hoeveelheid opgebrachte glazuur. |
| Het schilderen
Na het glazuren worden de tegels en het aardewerk beschilderd. De tegel- en aardewerkschilder krijgt in Harlingen een opleiding die ongeveer vijf jaar duurt. De leerling wordt daarbij vervolgens leerling-tegelschilder, tegelschilder, leerling-aardewerkschilder en bij voldoende talent aardewerk schilder. Avorens de schilder begint te schilderen brengt hij (of zij) de hoofdlijnen van het motief aan op het werkstuk d.m.v. een 'spons'. De spons is een schabloon van perkament, waarin in het tekenatelier de contouren van het motief d.m.v. een naald zijn gestoken. De Harlinger Aardewerk- en Tegelfabriek kan gebruik maken van de grote hoeveelheid sponzen uit de 16-de en 17-de eeuw, welke zich bevinden in het Harlinger Museum bevinden.
De spons wordt door de schilder op het nog vochtige tinglazuur gelegd. Hij/zij bestuift dan de spons met houtskoolstof tot de voortekening in kleine puntjes op het oppervlak te zien is. Daarna worden de contouren uitgewerkt en met de gewenste kleuren opgevuld. Alhoewel de schilder naar een (klassiek) voorbeeld werkt, is zijn/haar fantasie niet begrensd. Vele details worden in de uitvoering aan de schilder en zijn/haar stemming van dat moment overgelaten. De individuele penseelstreek van de schilder en de wisselende intensiteit van kleuren en glazuur maken van elke tegel en elk stuk aardewerk een uniek exemplaar. Ook voor de kleuren wordt tinglazuur gebruikt, welke met in de natuurvoorkomende oxyden gebrand zijn, zoals b.v. blauw van kobalt, bruin van bruinsteen en groen van koperoxyde.Door volledig handwerk is elke denkbare uitvoering mogelijk.[ ..... ]
|