
Enige recente naslagwerken
over Fries Aardewerk
![]() |
|
Kingma Makkum Fries Aardewerk - deel 1 De gleibakkerij van Kingma te Makkum bestond van 1784 - 1812. De debiteurenboeken van de gleibakkerij geven eveneens een beeld van de afnemers en de afzetmarkten van de producten van dit bedrijf. Veel aandacht wordt besteed aan de voor de bakkerij werkzame schilders Adam Sijbel en Poppe Andries Meinsma.
|
![]() |
|
Bolsward Fries Aardewerk deel 2 Van 1737 tot de sluiting van 1793 zijn in de Bolswarder gleibakkerij talrijk bijzondere producten gemaakt: tegels, sieraardewerk, tegeltableaus enz. In dit boek worden voor het eerst meerdere werken toegeschreven aan Bolswarder schilders als Hendrik Gleibakker, Eijbert Pieters, Sybren Taeckeles, Hilbrand Jans en de Harlinger schilder Dirk Danser. In dit boek veel aandacht besteed aan deze Dirk Danser.
|
![]() |
|
Tichelaar Makkum 1700 - 1867 Fries Aardewerk - deel 3 De grootste, nog steeds in bedrijf zijnde Friese aardewerkfabriek is die van de familie Tichelaar te Makkum. Eind zeventiende eeuw begon Freerk Jan Tichelaar met het maken van fijnkeramische producten zoals beschilderde tegels en schotels. Daarna groeide het bedrijf uit en verwierf het een centrale plaats in de Friese aardewerkproductie. Doordat een groot deel van het bedrijfsarchief bewaard bleef kunnen de bedrijfsgeschiedenis en de ontwikkeling van het product op de voet worden gevolgd. Uitvoerig aan bod komen de schilderstijlen van de elkaar opvolgende "eerste schilders"; Gatse Sytses, Sjoerd Hylkes, Douwe Klazes, Adam Sijbel, Poppe Meinsma, Hendrik de Haan en vader en zoon Jacob en Eillem ten Zweege. Een schets van de familiegeschiedenis en de technische bijzonderheden van het bedrijf complementeren het werk.
|
![]() |
|
Tichelaar Makkum 1868 -
1963 Fries Aardewerk - deel 4 Omstreeks 1870 worden de gebroeders Jan en Jelmer Tichelaar gedwongen nieuwe wegen voor hun bedrijf te zoeken. Zij ontwikkelen een viertal producten waarvan er één succes heeft: Makkumer sieraardewerk. Het tegelassortiment wordt vernieuwd en op commercieel gebied worden nieuwe paden ingeslagen. De elkaar opvolgende technische vernieuwingen krijgen de volle aandacht. In het boek zijn bedrijfscatalogi opgenomen.
|
![]() |
|
Harlingen Fries Aardewerk - deel 5 Bedrijfsgeschiedenis 1610 - 1933 & producten tot 1720 In dit boek is een schat aan historische gegevens over de zeven Harlinger gleibakkerijen en hun eigenaren te vinden. In de zeventiende eeuw vestigden zich enkele Hollandse plateelbakkers in de Friese havenstad, waardoor de Harlinger producten uit die tijd nog veel gelijkenis vertonen met de Hollandse. Langzamerhand krijgen ze echter meer en meer een eigen gezicht. In dit boek zijn veel illustraties opgenomen van de oudste, zeventiende-eeuwse producten. In het boek is een apart hoofdstuk gewijd aan de voor Harlinger producten specifiek technische bijzonderheden.
|
![]() |
|
Harlingen Fries Aardewerk - deel 6 Producten 1720 - 1933 In dit deel wordt de achttiende-eeuwse productie van sieraardewerk van een kwalitatief hoog niveau beschreven. De bijdragen van de schilders Dirk Danser, Pals Karsten, Jan Eelkes, Eelke Jans Kronenburg en Pytter Ruurds komen uitvoerig aan de orde. Na 1800 bestaan er nog twee fabrieken: die van de familie Tjallingi en die van familie Van der Plaats en Van Hulst. Van deze laatste fabriek is werk bekend van de schilders Joseph Witte en Folkert Park. In het laatste kwart van de negentiende eeuw leggen beide bedrijven zich toe op tegels voor gevelversiering. Omstreeks 1900 zorgt de Jugenstil voor een krachtige impuls. De tegelfabriek van Tjallingi aan de Zoutsloot werd in 1910 gesloten, in de andere fabriek aan de Bolswardervaart werd tot 1933 doorgewerkt.
|
![]() |
|
De
pottenbakkers van Friesland Fries Aardewerk - deel 7 Tussen 1700 en 1950 zijn er dertien plaatsen in Friesland in totaal negentig pottenbakkerijen gevestigd geweest, waarvan er tijdens de bloeitijd meer dan vijftig tegelijk in bedrijf waren. Deze aantallen zeggen veel over de ongekende populariteit van deze producten. Van 1750 tot ver in de 19de eeuw was de provincie Friesland de belangrijkste aardewerkproducent. De Friese pottenbakkers vervaardigden alledaagse gebruiksvoorwerpen zoals vergieten, testen, komforen, melk- en beslagpotten, koppen, kommen, met een rijke variatie in vorm, kleur en versiering. Via potvaarders en ander schippers vonden deze producten vanuit Friesland hun weg naar grote delen van Nederland. Dit boek gunt de lezer een blik in de Friese pottenbakkerij: hoe was zo'n bedrijf ingericht, wat waren de werkzaamheden, hoe werd het aardewerk per worp verhandeld? Vervolgens komen alle plaatsen ter sprake waar tussen 1700 en 1950 pottenbakkers werkten. De auteurs werken hun bevindingen uit in een aantal thema's: de verschillende typen ondernemer, de rol van de vrouw, de potschippers, de aardewerkhandel en de wijze waarop de laatste pottenbakkers konden overleven toen de markt voor het huishoudgoed drastisch slonk. Aparte aandacht voor de Friese pottenbakkers in Groningen, Kampen, Deventer, Hazerswoude en Leiden. Adri van der Meulen en Paul Smeele doen al sinds 1986 onderzoek naar het Nederlandse pottenbakkersambacht; eerder schreven zij o.a. over Fries kerfsneeaardewerk. |