makkum 1594
Koninklijke Tichelaar Makkum
Bedrijfsgeschiedenis

Naar Albert Buursma

Tussen ongeveer 1594 en 1699 bevond zich op het terrein van de huidige "Koninklijke Tichelaar" een bedrijf dat geen tegels en aardewerk produceerde, maar tichels (bakstenen). Tichelaar was dus dan ook het beroep van de achtereenvolgende eigenaren.

Freerk Jans kreeg dit tichelwerk in 1688 gedeeltelijk in handen en in 1694 werd hij tichelaar van het gehele bedrijf. Hij bouwde dit tichelwerk om in een glijbakkerij, waar geglazuurd aardewerk en tegels werden gemaakt. Sindsdien is dat zo gebleven en waren het ook de nakomelingen van Freerk Jans Tichelaar die het bedrijf voortzetten.

In de 17de eeuw kende Makkum een drietal tichelwerken. Eén bevond zich ten noorden van de Grote Zijlroede op dezelfde plaats waar nu "Tichelaars Koninklijke Makkumer Aardewerk- en Tegelfabriek" is gehuisvesd. Dit tichelwerk wordt voor het eerst in 1594 vermeld. Schelte Watzes koopt in 1626 dit tichelwerk met alles wat er bij hoort, oven, loodsen, gereedschappen, voorraden en een huis. Met deze aankoop komt het tichelwerk in het bezit van de familie Tichelaar in de vrouwelijke lijn.

de eerste tichelaars
Wiebe Tjaards 1594 - 1620
Tjaard Wiebes 1620 - 1626
Schelte Watzes 1626 - 1640
Lieuwe Emes 1640 - 1657
Jan Lieuwes (1657) - 1674


Via eigendomsoverdrachten binnen de familie - met een korte onderbreking in 1688 - komt het tichelwerk geheel in handen van Freerk Jans en zijn echtgenote Jouwer Emes.

deel plateauIn 1698 echter moet het tichelwerk van Freerk Jans zijn verdwenen, want er is sprake van "'t afgebroocken tichelwercksplaets" Op of bij deze plaats moet rond dezelfde tijd door Freerk Jans een nieuwe gleibakkerij zijn gebouwd, want volgens een aantekening uit 1699 kochten Freerk Jans en Jouwer Emes van Willem Pauwels "
"een ledige plaetze ende hovinge cum annexis, lang te bebouwen 82 voet ofte liever van de Groote Zijlroede wall tot soo verre achter 't nieuwe galeijebackerije huis is staande doch breedt 65 voeten gelegen op de stedeplaetsen der voorschreven Flecke"
In 1700 wordt Freerk Jans dan ook "Gleijbacker" genoemd. Zijn bedrijf loopt goed, want hij weet zich op te werken tot een van de rijkste inwoners van Makkum en Wonseradeel. In 1712 neemt de zoon Yme de glijbakkerij na het overlijden van zijn ouders over.

Yme Freerks bestuurt de fabriek van 1712 tot aan zijn dood in 1770. Naast zijn keramische activiteiten is hij ondernemer op velerlei gebied. Yme Freerks geeft het bedrijf door aan zijn zoon Pieter Ymes, die op zijn beurt weer overgeeft aan zijn zoon Jelmer Pieters. Jelmer Pieters gaat in 1827 een maatschap aan met zijn oudste zoon, Pieter, onder de naam "Firma Jelmer P. Tichelaar en Zoon". Deze onderneming heeft echter heel kort bestaan, want Jelmer Pieters overlijdt in datzelfde jaar. De fabriek gaat zo over van vader op zoon.

mannelijke lijn der gleibakkers Tichelaar
naam periode tichelaar
Freerk Jans & Jower Emes 1674 - 1712
Yme Freerks 1712 - 1770
Pieter Ymes 1770 - 1808
Jelmer Pieters 1808 - 1827
Pieter Jelmers 1827 - 1868
Jelmer Pieters
Jan Pieters
1868 - 1900
1868 - 1900
Pieter Jans 1900 - 1913
Jan Pieters 1913 - 1963
Pieter Jan 1964 - 1990
Jan Pieter 1990 -


deel tableauPieter Jelmers verkoopt na veertig jaar zijn zaak aan zijn zoons Jelmer Pieters en Jan Pieters. Zij gaan een maatschap aan onder de naam "firma Gebrs. Tichelaar". Zij moderniseren de gleibakkerij al vrij snel en kopen een dakpannenfabriek aan.
De intrede van de stoommachine luidt een hele reeks veranderingen in in de manier van produceren. De concurrentie met de bedrijven in Engeland en die van het metalen huishoudgerei was zwaar. Een in 1870 gebouwde oven moest al na acht jaar weer worden afgebroken.

Na de Eerste Wereldoorlog werd de firma omgezet in een N.V., waarin ook 'n tweede dakpannenfabriek werd ondergebracht. Later werd deze N.V. weer gesplitst in een tweetal aparte bedrijven. Eén voor de gleibakkerij en één voor de produktie van dakpannen en draineerbuizen. Mededirecteur A. L. de Vries had hierover de leiding.

deel tableauNa de moeilijke periode van de crisistijd in de jaren '30 en de Tweede Wereldoorlog brak na de bevrijding een periode van voorspoed aan. Dit mede omdat er een enorm tekort was aan zaken aan hout, papier en metaal. De cadeauwinkels hadden weinig of niets te bieden. Jan Pieters is daar handig op ingespeeld. Voor het uitbreken van de oorlog had hij grote voorraden glazuur gehamsterd. Daar kon hij nu zijn voordeel mee doen. Massa's aardewerk voor de geschenkenwinkels konden worden geproduceerd. De groei van het bedrijf is mede af te lezen aan het aantal werknemers dat men in dienst had. In de periode 1940 - 1945 negentien en rond 1985 honderdtwintig mensen. Pieter Jan wist veel van zijn ideëen te realiseren. In de jaren '80 en '90 moest echter weer fors worden gesaneerd. Meer dan de helft van de 200 man die in dienst zijn verliest zijn baan.

Nieuwe richting Koninklijke Tichelaar

In 1998 slaat het bedrijf een nieuwe richting in. De Koninklijke Tichelaar verandert het van een voorraadgestuurd bedrijf naar een ordergerichte fabriek. Richtte men zich voorheen op de productie van handbeschilderd aardewerk en tegels, nu levert het bedrijf maatwerk aan opdrachtgevers in de hoek van de exclusieve geschenken.
Men gaat samenwerken met een aantal Nederlandse ontwerpers, zoals Arian Brekveld, Hella Jongerius en Studio Job. Omdat het bedrijf een grote keramische kennis bezit en de noodzakelijke ambachtelijke vaardigheden in huis heeft, werkt men samen met architecten bij grote projecten in het buitenland. Een voorbeeld hiervan is de bekleding van de gevel van het Museum Art of Design in New York.

deel tegeltableau
 

Contact met fries-aardewerk.nl

Vragen, bijdragen, verbeteringen: e-mail info@fries-aardewerk.nl

Bijdragen, verbeteringen, enz. aan deze pagina worden zeer op prijs gesteld.